Categorie archief: thuisafgehaald

Polenta frietjes

Kijk soms duikel je ineens weer een recept op waarvan je denkt, ‘waarom maak ik dit niet vaker?’ In mijn herinnering was het maken van polenta frietjes, of mais-rozemarijn sneetjes zoals ze bij de Groene Kookacademie heten, een heel gedoe en geklieder: eerst polenta ‘pap’ koken en dan nog eens in de oven. En moesten die sneetjes dan ook nog weer gebakken? Er stond mij nog een catering klus voor ogen, waar we als een razende de polenta sneetjes aan het maken waren die bijna letterlijk uit onze handen getrokken werden door een hongerige menigte. Ook omdat ze zo lekker waren, natuurlijk. Dus zeker de moeite waarde om nog eens te proberen.

Polenta is gemaakt van maismeel of maisgriesmeel. Griesmeel is een grof gemalen graansoort. Je hebt dus ook tarwegriesmeel. De grootte van de korrel maakt nogal wat uit. Niet alleen voor de kooktijd (meel is sneller gaar dan gries), maar vooral ook voor het mondgevoel. Ik gebruik zelf het liefst (biologische) maisgriesmeel (de grove variant) van de natuurwinkel. Je kookt de maisgries in water, bouillon of melk. Zout en/of andere smaakmakers voeg je liefst aan het vocht toe, de dikke brij is moeilijk verder op smaak te brengen. Je moet goed en lang blijven roeren zodat om te voorkomen dat de boel aanbrandt, vergelijk het met rissotto. Je hebt ook instant polenta, dan ben je snel klaar, maar mis je de kenmerkende romigheid.

Polenta is bekend als volks eten uit de Italiaanse keuken, maar komt ook voor in Oostenrijk, Slovenië, Kroatië, Roemenië en Afrikaanse landen. In West en Oost Afrika heet het Oji of Ugali. Heerlijk om de polenta in plaats van aardappels of rijst te eten. Als je de pap laat staan stijft het op en bolletjes van draaien of in plakken van snijden en verder verwerken.

Hoera! Het recept voor onze mais-rozemarijn sneetjes is eigenlijk heel simpel. Omdat we de sneetjes verder bereiden in de oven, hoeven we de maisgries maar een paar minuten te koken in de pan. Dan uitspreiden op een (ingevette) bakplaat en in de oven bakken. (30-40 minuten op 180C) Je kunt de plak dan in elke gewenste formaat snijden tot sneetjes, frietjes of koekjes. Of bijvoorbeeld als bodem gebruiken voor een pizza. Klaar!

Ingredienten:

200 gram polenta*; 500 ml bouillon; 25 gr roomboter; 75 gr parmezaan of pecorino kaas; rozemarijn (fijngesneden)

 

* ik gebruikte polenta van Johannesmolen

Snert dag

20190611_132846.jpgVegetarische snert bestaat niet’, zal menig vleesliefhebber roepen. En dat klopt. Tradtioneel maak je ‘snert’ met varkensvlees: een poot, karbonades en rookworst. Snert zou komen van het werkwoord ‘snerten’ dat mousse danwel soep-maken-van-vlees  of pruttelen-in-een-pan betekent.

Vegetarische erwtensoep dan, ook goed en beter zelfs want zonder negatieve bijklank. Gooi er voldoende groenten in en je kunt prima zonder (nep) vlees. Erwtensoep is heel gezond, heel duurzaam en goedkoop. Je gebruikt (goedkope) seizoensgroenten die in Nederland groeien met een hoogwaardig eiwitgehalte. Vanwege de langzame koolhydraten duurt het lang voor je weer honger hebt en eet je niet teveel. Bovendien is het lekker en makkelijk te maken. Daar heb je echt geen pakjes voor nodig alleen wat tijd. Maak dus liefst gelijk een grote pan.

Gebruik 500 gr spliterwten op 2 ltr bouillon. Dat is genoeg voor ong. 8 personen. Je hoeft de spliterwten niet vooraf te weken, wel afspoelen met koud water.

Als groenten gebruik je in ieder geval; winterpenen, ui, prei (van elk 2) knolselderij (1/2), bladselderij. Andere wintergroenten als pastinaak, venkel en peterselie wortel zijn er ook erg lekker in, gebruik dan iets minder van de knolselderij of peen. Als kruiden gebruik je tijm, peperkorrels en laurierblaadjes

Was en schil de groenten. Van de schillen en de kruiden kun je zelf een groentenbouillon maken. groentenaroma

  • Zet de spliterwten op met de groentenbouillon. Deze bouillon kun je zelf maken of gebruik bouillon blokjes. Laat de spliterwten zachtjes gaar koken tot ze uit elkaar vallen (kan 2 – 2 ½ uur duren)
  • Snij de groenten in blokjes of ringetjes. Neem een ruime soeppan en verhit hierin wat boter of olie. Roerbak de groenten van hard naar zacht (duss eerst de knolselederij en wortel en dan pas de prei) Voeg de volgende groenten pas toe als de eerste bijna gaar is. -Door de groenten te roerbakken, vallen ze niet in de soep uit elkaar-
  • Als laatste hak je de bladselderij, voeg deze toe aan de groenten met de gaargekookte spliterwten. Laat alles nog even goed doorkoken en maak op smaak met peper en zout.

kom erwtensoep

Tip: De soep is al heerlijk van zich zelf. Mis je toch een beetje een hartige smaak? Voeg dan wat geroerbakte blokjes pastinaak met tamari en een snufje rookpaprika toe. Of gebakken blokjes rook tofu.

Tip 2: Soep van peulvruchten (ook vegetarische) kan snel bederven, zeker als je een grote pan maakt. Zorg ervoor dat je de soep na bereiding snel afkoelt. Dat gaat het beste als je deze in kleinere porties verdeelt

(Elke tweede zondag in december is landelijke snertdag. Op locaties door heel Nederland wordt er in speciaal geselecteerde horecagelegenheden een huisgemaakte kop snert aangeboden. Het idee is mensen samen te brengen door middel van een oer-Hollandse gerecht: snert. Wil je vegetarische erwtensoep? Maak ‘m dan zelf af haal af via Thuisafgehaald.nl

 

Falafel

Als je vandaag nog falafel wil eten, dan ben je te laat. Tenminste als je het zelf wilt klaar maken. GEBRUIK NOOIT kikkererwten uit BLIK, klinkt het van de ‘echte’ koks uit het Midden Oosten. En dat heb ik goed in mijn oren geknopt na een aantal, op zich wel interessante, pogingen waarbij de falafel ofwel enigszins zompig waren danwel helemaal uiteen vielen. ” Goh he, wat grappig dat gebakken kruim, hoe noem je dat?.”

Een nachtje weken dus, die kikkererwten, gewoon in water (zonder zout) en dan malen in de keukenmachine (dank je wel, buuf!). Niet koken dus! Met een staafmixer lukt het ook maar een keukenmachine is wel zo handig, zeker bij grotere hoeveelheden. Kun je gelijk de kruiden meemixen:

  • kurkuma, komijnpoeder, korianderzaad (ik vijzel het zaad fijn maar je kunt ook poeder gebruiken);
  • uitje, knoflook
  • verse peterselie en/of koriander (check even of je eters hiervan houden)
  • 1½ theelepel bakpoeder;
  • zout, peper

PROEF of het mengsel goed op smaak is, het mag best flink pittig, voeg eventeel nog wat toe en maal alles flink door elkaar.

Nu zit je met een kruimig mengsel en denk je ‘hier ga ik nooit balletjes van draaien.’ Dat klopt. Onderdruk de neiging om iets nats toe te voegen maar kneed het mengsel stevig met 1 hand tot het net een beetje aan elkaar plakt. Gebruik eventueel een beetje bloem en zet de boel een half uurtje of zo in de koelkast. Daarna vorm je met 2 lepels of je handen de balletjes, je drukt ze als het ware in elkaar.

Traditioneel frituur je falafel in een pan of wok. Zelf speel ik ‘op safe’ en bak ze het liefst in een grilpan of in de oven. Ze worden dan iets minder knapperig en wat droog maar blijven tenminste heel en zijn veel minder vet. Aan beide zijde bakken, elke kant zo’n 3-4 minuten, tot ze goudbruin zijn.

Wij aten de falafel met bulgur/peterselie salade, koolsla van rode kool, wortel en sinaasappeldressing en een sausje van tahin.

Dit gerecht was de 3e maaltijd die ik aangeboden heb via Thuisafgehaald. Woon je in Deventer en wil je ook mee(k)eten? Registreer je dan op de site en zoek op thuiskok keetmee.